Blog:

Zesduizend vrienden

door Marco Derksen op

Zesduizend vrienden

Moet eerlijk zeggen dat ik nog maar zelden toekom aan de columns in NRC Weekblad, maar vanmorgen werd mijn aandacht getrokken door de column van Margriet Oostveen. Oostveen (1968) studeerde Nederlandse Letterkunde en was redacteur van NRC Handelsblad tot zij in 2005 naar de VS verhuisde. Sinds enkele jaren schrijft zij in NRC de wekelijkse column 'Bericht uit Washington'. In de column 'Zesduizend vrienden' (pdf) wijst Oostveen op het toenemend aantal deprimerende publicaties in de VS over de invloed van computers op ons leven.

Terwijl Nederland nog helemaal in de ban is van de iPad, slaat in de VS de twijfel over computergebruik toe. Zelfs optimisten als Nicholas Carr gaan om (zie ook: Hoe verandert internet je manier van denken?).

Zelf ben ik ook een optimist en ambassadeur van het gebruik van nieuwe media. Zie geweldige toepassingsmogelijkheden van nieuwe media in bijvoorbeeld het onderwijs en de gezondheidszorg. Maar steeds vaker bekruip me het gevoel dat nieuwe media ook iets ‘stuk’ maakt. Ik merk dat ik steeds minder toekom aan het lezen van boeken, het kijken van documentaires, het voeren van gesprekken tot diep in de nacht en wanneer was ook al weer de laatste keer dat ik samen met mijn dochters een bordspelletje heb gespeeld op zaterdagavond? Altijd en overal heb ik toegang tot internet en daarmee tot mijn ‘vrienden’ op Twitter, Facebook of LinkedIn. Dat zijn er inmiddels duizenden. Niet dat ik ze allemaal persoonlijk ken, maar doordat ik ze dagelijks voorbij zie komen in mijn tijdlijn is er wel een speciale band ontstaan. En in voorkomende gevallen resulteert dat ook tot prachtige ontmoetingen. Gisteren nog kwamen een kleine honderd mensen die elkaar via Twitter kennen bij elkaar voor een geweldige WinterBBQ in Park Sonsbeek.

Maar dan de column van Margriet Oostveen. Het verhaal van Erick Sheptock, een dakloze in Washington die iedere dag (net als veel andere daklozen) naar de Martin Luther King of een van de andere stadsbibliotheken trekt en in de rij gaat staan voor een paar computers. Sheptock heeft ruim vijf duizend vrienden op Facebook, bijna 1,5 duizend vrienden op Twitter en houdt zijn eigen weblog bij. Het verhaal van Erick Sheptock is inmiddels opgepakt door de Amerikaanse media zoals Washington Post en CNN. ’s Nachts heeft Sheptock een bed in een opvanghuis en overdag loopt hij de bibliotheken met computers af en post hij zijn berichten. Hij noemt zich tegenwoordig pleitbezorger van de daklozen. Maar nergens blijkt dat mensen echt naar hem luisteren. Op de vraag “Wat hebben je Facebookvrienden intussen voor jou gedaan?” antwoordt hij zonder aarzelen “Nou, eigenlijk niets.” De column van Margriet Oostveen en het verhaal van Erick Sheptock zetten me opnieuw aan het denken.

28 reacties

Maar hoe zet je dat dan aan het denken? Heb jij ooit gedacht dat internet alle problemen van de wereld oplost? Dat armoede en eenzaamheid zouden verdwijnen? Internet is maar techniek, maakt dingen mogelijk. Maar die dingen hoeven daarna nog niet te gebeuren. De essentie van de mens verandert niet. De mens wordt als persoon en in zijn gedragingen niet beter of slechter door techniek. Als de een op Facebook of Twitter iets vraagt, krijgt ie antwoord. Doet een ander dat blijft antwoord uit. Er zijn voorbeelden van successen en er zijn voorbeelden van mislukkingen. Er zijn voorbeelden van hulp en er zijn voorbeelden van haat. Communicatietechniek is niks zonder de mens, en de mens is wie die is: soms goed, soms slecht. Dat blijft.

Beantwoord

Losse gedachten op de zondagochtend.

En hallo Marco (inderdaad lang niet gesproken in het ‘echte’ leven) Wat je hier schrijft raakt me. Ik merk dat ik makkelijk veel tijd spendeer op de microblogs en social media met korte, soms vlakke, soms geestig bedoelde of beetje plagende, reacties op post/ tweets/ FB berichten anderen die niet veel meer om het lijf hebben. Waartoe doe ik dat? Omdat ik het blijkbaar plezierig vind ‘antoinette on a mission’ gehoord te laten worden in het digitale domein en met mijn uitingen een beeld te schetsen waar ik stiekem trots op ben, warm voor loop. Laten we het ideaalbeeld voor het gemak samenvatten als: ‘stoere, slimme dame die haar eigen boontjes dopt, haar leven vult met spannende zaken, flirt, hoge hakken draagt, geen blad voor de mond neemt en who speaks geek at the same time.’ Wat brengt me dat, het de wereld inslingeren van microblogjes die dit beeld uitdragen, ook richting mensen waar ik verder geen IRL band mee heb?! Hmmm, parkeer ik voor nu, komen we nog eens op terug. Maar benieuwd naar jouw mening, en dat hoeft niet noodzakelijkerwijs hier in het ‘open veld’ 😉 Nou een ding dan nog: een aantal van die online begonnen contecten zijn heel plezierige offline vrienden en kennissen geworden.

Hard nadenken, reflecteren op zaken, kritische introspectie op eigen denken en doen… ze komen er steeds bekaaider af. Fictie lees ik nog steeds kaft tot kaft en ook liefst niet digitaal. Bij Non-fictie neem ik steeds vaker genoegen met de samenvatting/ de (blog)reacties van anderen op het boek/ de discussie die ontstaat. Dat is luiheid. Maar komt ook omdat er een duidelijke verbreding in plaats van de verdieping is gekomen. Het aantal en type bronnen zich enorm heeft verbreed. Dat brengt niet alleen oppervlakkigheid, maar ook het plezier van inhoud die niet wordt gedomineerd door mensen die uitgevers weten te vinden. Wel merk ik dat ik de laatste tijd bewust offline ga als ik ‘echt’ wil lezen of schrijven. Ik begin mijn ‘connected’ zijn te doseren en ook besluit ik op enig moment niet nog meer nieuwe input binnen te laten komen voor ik zelf een richting kies/ aan het werk ga.

Daarnaast zie ik net als jij dat waar social media een belangrijke rol kunnen spelen bij het onder de aandacht brengen van zaken die sommige regimes liever onder de pet houden en zo aan de basis staan van social reform… het gros van de ‘likes’ van welk goed doel dan ook slechts de meest luie en lapswanserige manier zijn van je ‘betrokkenheid’ te uiten….

Na aartssomberaar Andrew Keen’s ‘Cult of the Amateur’ heb ik bijna alles over de ‘verstikkende/ versnipperende/ vervlakkende/ verdommende/ paarspolderende enz ‘ invloed van het -onze omgang met- steeds meer digitale media en manieren van met (on) bekenden omgaan met veel interesse gelezen. Er zijn wensdenkers die na ons generaties zien opstaan wiens hersenen zich zo anders hebben ontwikkeld dat ze tot veel meer en andere zaken in staat gaan zijn dan wij (Yuri van Geest, kom er maar in…). En ook zij die vrezen dat alle inhoud van waarde verloren gaat in een zee van irrelevante ruis en dat er een generatie opgroeit die het vermogen tot schiften, duiden en nadenken verliest. Wij staan er als generatie tussen. Zijn we aan het ‘verdommen’? Zijn we een beetje lui en kiezen we de gemakkelijkste weg? Of zijn we een typische tussengeneratie die worstelt met zaken die over 50 jaar volstrekt achterhaald zijn. Je ziet, het wordt tijd voor een tafel en een goed gesprek.

OK, het bovende herlezend I am ‘rambling now’. Hamvraag: was ik altijd al zo slecht in staat tot een doortimmerd en weloverdacht stuk, of is het allemaal de schuld van het web 😉

Beantwoord

Profielfoto
Jeroen Onstenk op schreef:

Toevallig gisteren dezelfde discussie aangedragen. Ik denk niet dat het een vraag van problemen oplossen is, maar meer; wat is nu werkelijk de toegevoegde waarde? Wat kan iemand er daadwerkelijk uithalen als hij of zij enkel in hetzelfde kringetje rond blijft gaan. Het Pokemonprincipe van ‘Gotta Catch ‘em all’ levert per saldo maar heel weinig op.

Grappig was dat we hier op Upstream kwamen om deze TED terug te vinden https://www.upstream.nl/blog/bericht/nicholas_christakis_the_hidden_influence_of_social_networks wat vervolgens de discussie aanzwengelde.
Kom ik nu terug op Upstream, lees ik dit bericht.

Maar verder predik ik ook het woord van de social media hoor. (-:

Beantwoord

@Erwin: Met je eens dat communicatietechniek niets is zonder de mens en dat de mens is wie hij blijft. Maar techniek maakt de individu wel individualistischer en gemakzuchtiger. Het versterkt de aard van de mens. Soms is dat goed, soms niet. Waarover ik nadenk is of er mogelijkheden zijn om de schaduwzijde te beperken.

Beantwoord

@Antoinette: prachtig die zondagochtendgedachten van je; lijkt me geweldig om daar IRL eens met jou en aantal anderen over van gedachten te wisselen. We zijn inderdaad een tussengeneratie en is het nog maar de vraag of de huidige ontwikkelingen nadelige gevolgen zullen hebben voor de generatie na ons. Maar als dat wel zo is, dan is het de tussengeneratie die daar iets aan zou kunnen doen!

Beantwoord

Ik leg zojuist de laatste hand aan de studiegids voor de cursus “Communication & Media” die ik geef op de Hogeschool Utrecht. Een wat vage naam voor een tiental colleges waarin we het landschap van de digitale communicatie verkennen met in de hand een aantal communicatietheorieen van toen en nu. Van de Almacht van de Media via onder andere Uses & Gratifications (nog ZO relevant) langszij Andrew Keen naar Wikinomics.
Hierbij kun je je altijd afvragen, wat brengt het ons, al die nieuwe media. Is het echt nodig om in 140 karakters van gedachten te wisselen? Schijnbaar wel, anders zou Twitter niet zo populair zijn. Maar dat zit niet in die 140 karakters of de RT of de hashtag, maar in de enorme kracht van het digitale en verbonden netwerk wat we “zien” als we Twitter zien.
Het is te gemakkelijk en het wordt te vaak gedaan, maar ik verwijs wederom naar het verleden: Met de komst van de boekdrukkunst was men bevreesd over die enorme bak met informatie die over ons heen werd gestort (hey, informatie overload in de 15e eeuw? goh…) en heeft het zelfs nog 150 jaar geduurd voor de eerste wetenschappelijke publicatie verscheen op schrift. Voor die tijd zagen we vooral de bijbel, wat kolder en jawel, erotiek.

Zo kun je voor elk medium deze analogie verzinnen en zo zal het ook voor internet gelden. Maar het verschil met al die andere media zitten hem in het feit dat we nu actief participant zijn en dat we juist door al die andere media enorm op de hoogte blijven van de ontwikkelingen en de evolutie. Ik heb mijn gedachten hier nog niet helemaal voor op een rij, maar ik kan me zo voorstellen dat de evolutie van theater veel meer langs de mensen ging, want er was alleen maar theater en wat boeken. Er waren nog geen TV programma’s of periodieke uitgaven die a la minute verslag legden van de ontwikkelingen.
Nu hebben we dat wel. Elke scheet uit Silicon Valley, San Francisco en New York wordt op Twitter uitgemeten en via blogs, online TV, TED talks en netwerkborrels of koffiekeuvelsessies verspreid, besproken en geduid.

Voor het eerst in de geschiedenis van de media maken we realtime de transformatie van die media mee en dat kunnen we niet helemaal bevatten. Ik ben het 100% eens met Erwin (en goed te zien dat hij en Indira Reynaert dichter bij elkaar staan dan we dachten ;-)) dat de technologie niet voor de verandering zorgt. De mens doet dat. Voor elk voorbeeld van een dakloze die in de rij staat kun je tegenvoorbeelden geven over Patientslikeme.com, Ushahidi of recent de ontwikkelingen in Egypte. Voor elk voorbeeld waarbij internet niet het gewenste sociale effect heeft kun je tegenvoorbeelden geven over kranten, TV en andere media.

Er is zoveel goeds te doen met het digitale netwerk wat om ons heen ligt. Het probleem is alleen dat we nog niet goed weten wat en hoe. Menselijk gedrag verandert een stuk minder snel dan we zouden willen.

Tot zover mijn zondagmiddag-gekeuvel. Ik sluit me graag aan bij het offline verder discussieren en delen (!!) van deze conversatie!

Beantwoord

@Frank: het is mij iets te makkelijk om voor ieder negatief voorbeeld ook een positief voorbeeld te geven. Dat is namelijk wat ik de afgelopen jaren zelf ook heb gedaan (en nog doe). Waar ik op dit moment over nadenk is wat het met mijzelf en mijn directe omgeving heeft gebracht. Ga eens terug naar jezelf. Heb jij door gebruik van nieuwe media een bijdrage geleverd aan de zorg, de armoede of de politieke situatie in Egypte? Of heeft nieuwe media vooral jezelf meer gebracht? En als dat zo is, in hoeverre heeft dat een positieve invloed gehad op je directe omgeving? Techniek zorgt niet voor de verandering, het versnelt alleen het proces dat al eeuwen gaande is.

Beantwoord

Beste Marco,

Zelf ben ik helemaal opgeslokt door alle nieuwe media. Ik durf te zegen dat het een passie is. Mijn interesse is heel breed en in het kort gezegd wil ik overal alles van weten of in ieder geval een mening hebben. 
Als ik heel diep nadenk en eerlijk tegen mijzelf ben, is mijn passie dan niet omgeslagen in een bijna neurotische tik alles bij te willen houden. En zo ‘social’ mogelijk te wilen zijn. Oftwel een obsessief compulsief gedrag dat ik alles bij moet houden.  Tja, ik denk dat dit wel is wat mij vaak onrustig maakt.
Ook ik zit vaak tot laat met mijn neus in de iPad naast mijn vriendin die op haar beurt weer het wereldwijde web afspeurt. Terwijl we ook eens samen meer ‘social’ kunnen zijn. Boeken lees ik de laatste tijd bijna niet meer en wanneer ik televisie kijk moet ik vaak ook mijn social media checken en reageren, omdat ik bang ben dat ik iets mis.
Wordt mijn leven kwalitatief beter nu ik denk zo ‘social’ te zijn en naar mijn mening veel weet over de nieuwe media? That’s the question
Ja mijn leven wordt kwalitatief beter. Ik werk in de media en de kennis die ik opdoe brengt mij verder in mijn werk. Je leert en geeft door. Het is super dat je met mensen in aanraking komt die willen delen en mij weer verder helpen. Het geeft mij een werelds gevoel dat je in contact komt met mensen die je niet kent die je graag helpen bij het lossen van allerlei vragen/problemen. Dit is iets wat ik vaak in “het gewone leven”  mis. Wel moet ik persoonlijk waken dat mijn privéleven er niet onder lijdt en ik de dingen die ik leuk en belangrijk vindt niet uit het oog verlies.
Mochten alle netwerken ter wereld plat komen te liggen dan is het wel prettig dat ik niet net als dakloze, Erick Sheptock, achterblijf ; )

Beantwoord

@Marco: Het versnelt het proces, maar tegelijkertijd maakt het ook makkelijker. Ik hoef je niet te vertellen over Patientslikeme.com etc waarmee het heel eenvoudig wordt om medische data met elkaar te delen en zo hopelijk sneller tot goede diagnoses en oplossingen te komen.
En ik deel je zorg. Nee, ik heb geen bijdrage geleverd aan de politieke situatie in Egypte door bijvoorbeeld mijn PC via TOR open te stellen als netwerkbrug. Reden? Technisch een hoop gedoe en net niet makkelijk genoeg om “even” op een vrije dag te doen.
Nieuwe media heeft mij als persoon veel gebracht, evenals elk ander in deze discussie, maar dan op professioneel gebied. Dat heeft een positieve invloed op MIJN omgeving, maar welke invloed heeft het op de rest van de wereld?
Het wordt nu pijnlijk duidelijk dat de term social media wellicht minder sociaal is dan is we zouden willen. En dat ligt niet aan de media, maar aan ons gedrag. Een SMS, tweet of paypal betaling voor Serious Request hebben we zo gedaan, maar via deze media een wezenlijke en duurzame bijdrage leveren aan wereldproblemen, of zelfs lokale problemen, dat gaat nog een stap te ver voor velen.
Patientslikeme werkt volgens mij omdat het naast snel/eenvoudig ook anoniem werkt en omdat je het effect kunt zien. Je ziet dat jouw input een bijdrage is voor het grotere geheel. Via social media (behoudens welk kanaal voor nu) heb je dat misschien veel minder. “Waarom zou ik mijn avatar groen maken, wat is het effect ervan?” terwijl het openstellen van een PC via TOR om netwerkverbindingen van en naar Egypte wel degelijk een bijdrage kan zijn. Maar het is niet eenvoudig en je ziet niet direct een effect wat je ego streelt.

Ik vind dat deze discussie en verspreiding er van eveneens een positieve bijdrage kan leveren aan het onderwerp. Misschien niet direct aantoonbaar, maar het is er wel!

Beantwoord

@marco: Je raakt een snaar. Wat mij in de NRC column ook raakte is dat Amerikaanse tieners elkaar niet meer durven te bellen “omdat dat zo echt is”. Ik betrap mezelf er ook op dat een email sturen naar een klant om iets af te wisselen net even wat makkelijker, minder eng zo je wilt, is dan bellen. En natuurlijk soms gewoon praktischer omdat iemand in zij eigen moment kan reageren. Dus of het alleen de tussengeneratie is die dit negatieve effect ondervind vraag ik me af. Zou het zo geweest zijn toen de telefoon in opkomst was dat het gemakkelijker werd om iemand even te bellen ipv iemand echt in levende lijve te ontmoeten? En gisteren nog zat ik ’te iphonen’ terwijl mijn dochter naast me zat te spelen. En dan over 5 jaar verzuchten dat ze alweer zo oud zijn. Dat doe ik dus zelf.
Mijn vrouw heeft het al over mijn ‘vriend de Iphone’. En zie ons allen hier: op zondag te bloggen en comments te schrijven.

Ook valt het me op dat iedereen op Facebook een zonnige kant van zichzelf laat zien (ikzelf incluis): kijk eens wat een leuke dingen ik doe? Hoe leuk ik ben?. Logisch natuurlijk maar wel vervlakkend. Logisch omdat je alleen intimi je chagrijnige kop laat zien. Ik zat toevallig van de week te broeden op een soort kunstproject: een negatief en positief profiel op Facebook om mensen aan het denken te zetten.
PS: lang niet gezien of gesproken. Misschien tot op het MF event?

Beantwoord

Ha, heel herkenbaar. Ik ben ook nogal positief en denk daarom minder na over de negatieve kanten die eraan vast zitten. Ik denk wel dat je social media zelf duidelijk in de hand moet hebben, er dus bewuste keuzes in maken. Tegelijkertijd kan het ook iets verslavends hebben…

Beantwoord

Het internet is net als alle andere technologie een neutraal iets. Het is een amplifyer van alles wat er is. Van human nature. Mooie mensen worden mooier op internet, slechte mensen worden slechter. Je kan met internet zowel verschrikkelijke als schitterende effecten realiseren. Niets nieuws.

In termen van sociale media is dit precies hetzelfde. Het gaat erom HOE men er mee omgaat en WIE men al was voordat men aan sociale media begon. Wat haal je uit de contacten, ben je erg sociaal en snel bereid om mensen ook offline fysiek te ontmoeten. Hoe ga je in het algemeen met mensen om? Wat is jouw contactfrequentie? Hoe ga je met privacy om? Hoe persoonlijk en open ben je?

In een wereld waar alles steeds meer digitaal en kwantificeerbaar is, is juist het offline en fysieke weer schaars, dus bijzonder. Het gevoel, het kwalitatieve, het intuitieve. En dat heeft grote impact op sociale media. De waarde en impact van sociale media wordt dus in toenemende mate door het offline gedrag bepaald naar mijn idee.

BTW: ik deel de zorg van mensen dat internet tot vervlakking en aandachtsveranderingen kan leiden maar ook hier geldt weer dat het ook een positieve kant heeft: een sterker lateraal denkend en associatief-creatief bewustzijn die nieuwe patronen kan zien.

Beantwoord

Goede discussie. Veel al gezegd. Ook eens met Erwin en Yuri dat de technologie de versterker is van het leven. Ik geloof ook dat we een tussengeneratie zijn (maar iedereen is altijd een tussengeneratie) en dat we de nieuwe snelheid van informatie en kennis een plek moeten geven. Ik vind het beeld van Jesse Schell daarin nog het mooist: we moeten leren nieuwsgierig en te zijn, open te staan en geen tijd te verspillen met kennis onthouden.
Dan is er ruimte voor nieuwe afwegingen over authenticiteit. We zullen filteringen maken tussen de vage contacten en de echte relaties, zoals Yuri terecht opmerkt. Volgens mij zie je niet voor niks dat steeds meer onderscheid ontstaat tussen contacten, via lists op Twitter of Facebook of zelfs prive-accounts. We creëren onze eigen plekken van vertrouwen in de nieuwe digitale context.

Beantwoord

Marco, allereerst vind ik het heel goed dat juist jij en de mensen die hier reageren ook kritisch blijven over Internet. Internet brengt veel zowel in werk als prive (loopt ook steeds meer door elkaar). Veel afleiding maar daardoor ook veel meer kennis. Terwijl ik dit schrijf heb ik ook CNN aanstaan voor situatie in Egypte en in een ander venster NAC-Ajax, mijn kinderen kijken Aristocats waarvan 1 met een iPad op schoot.
Misschien moeten we naar de geschiedenis kijken of dit wel allemaal positief is. TV kijken zou ook slecht voor je zijn. Gamen ook. We gaan er nu vanuit dat alleen teveel TV kijken of te veel gamen slecht voor je is. Mensen die alleen maar TV kijken vind ik eigenlijk een beetje zielig. Ik zit best wel veel op Internet dus…
Vooral het verkiezen van communiceren via het net boven iemand die voor je staat stoort mij aan mijn eigen gedrag. Verder mist vaak nogal wat diepgang. Echte aandacht is schaars. Zowel voor mensen als belangrijke zaken. Ik ga dus zo mijn schaarse aandacht geven aan iemand hier in huis, hopen dat ze daarvan niet te erg schrikken.

Beantwoord

Profielfoto
Bram Alkema op schreef:

Is het al zondag? Waar blijft de tijd. Doe te veel IRL onder de tafel gesprekken, merk ik. Wat ik me van een avond hard doorzuipen met Andrew Keen kan herinneren was dat ik mijn pointe over journalistiek en wetenschappelijk discours niet hard kon maken. Andrew kan harder drinken dan ik en/of hij heeft gelijker. We hadden het over Marshall mcLuhan (ik lees echte boeken) en het ging als volgt. Niet dat je er wat aan hebt:
Sociale technologie is dat wat we met (in wezen neutrale) fysieke technologie’doen’. De drukletter uitvinding hielp de sociale technologie “intellectualistische” met Andrews annex elite en ook de sociale technologie “wetenschapelijke methode”. Massamedia hielp de sociale technologie “journalistiek” en “massaideologie”, en daarmee het hardop nadenken over wat goed is voor de mensheid (rukken maakt blind, iphone maakt debiel etc).
De uitkomst daarvan is dat zowel journalistiek, als wetenschappelijk onderzoek, als de neiging van amateurs (als Frankmeeuwsen) daar normstellend intellectueel over te doen op zondag voornamelijk te danken is aan oude media. Discussieren over dingen waar je geen verstand van hebt of nooit een boek over hebt gelezen, exemplarische ontboezemingen, stokpaardjes herkauwend, je optimisme herziend, geen academische graad in hebt, alsmede het overtypen van doemgezwam van The Wallstreet Journal (die als altijd objectief bericht over broodroof) hoort heel erg bij oude media. Het helpt ook als je een 43 jarige wannabe/hasbeen bent. En ik trok mijn het-is-allemaal-paradigma joker.
Enfin, Andrew wist het allemaal nog meer in een groter perspectief te trekken en won. En toen waren we lam. Om die en andere elkaar tegensprekende redenen vermoedden we beiden dat intellectualisme en journalistiek de walvisvaart achterna gaat. Echter, ter troost en terecht eerder genoemd, de sociologische technologie “avondje zuipen” (alcohol is neutraal, dank Yuri) is ondanks alle mediadruk vrij constant gebleven in de tijd. Zelfs zonder volksverheffend doel.

Beantwoord

Profielfoto
Klaaas op schreef:

Ik zit heerlijk op mijn iPad de FB posts van mijn vrienden te lezen, te reageren en ik schrijf zelf ook eens wat. Heerlijk. Maar wat had ik anders met mijn tijd gedaan? Waarschijnlijk naar TV gekeken, een CD geluisterd, krant of tijdschift erbij. Misschien bij een vriend op bezoek of een wandeling gemaakt. Tja waar plaatst me dat in deze conversatie? Eigenlijk vind ik de sociale media een enorme verrijking, maar ook hierbij moeten we nog de maat leren. 1. Ik moet ‘m vaker wegleggen 2. Dit ding geeft licht, daardoor ben ik geneigd later te gaan slapen (door licht voel je je slaapbehoefte niet meer), moet ik op letten. 3. Voor de beste interactie wil ik het merendeel van mijn FB vrienden ook offline kennen. Er is zo’n groot verschil tussen de interactie met vrienden die ik al kende buiten de sociale media. En de volgers en ‘vrienden’ waar ik geen live-verbinding mee heb.

Beantwoord

Ah, het is weer eens tijd voor deze discussie? Ga ik even lopen zuurpruimen hoor. Het is natuurlijk fijn om even leuk navel te staren en te vragen of je 6000 Twittervrienden de wereld veranderen. Nee natuurlijk niet.

Door je af te vragen of het schuim op de golven nou alleen lucht is of ook substantie heeft mis je namelijk de veranderingen in de zeestromen volledig. Kortom, neem even afstand van de laatste hypes rond tools etc, en probeer eens naar het grotere geheel te kijken: internet als infrastructuur.

Dat een nieuwe infrastructuur altijd verandering bewerkstelligt in de maatschappij is helder. Met internet (icm mobiel) is dat niet anders. Die effecten kun je goed of slecht vinden maar ze zijn er.

Internet verbindt een derde van de wereldbevolking, mobiele communicatie verbindt er nog een hoop meer. Dat is de verandering, en eentje die bestaande machtsverhoudingen overhoop trekt. Dat is de zeestroming die je niet ziet als je alleen naar het schuim op de golven staart.

Van communiceren alleen komt natuurlijk geen collectieve actie tot stand. Daarvoor moet je namelijk echt zelf in beweging komen. Hoe je dat doet is niet altijd even makkelijk (voer voor promovendi als Lilia Efimova geweest, nav de case ‘Making actionable sense’ uit 2003).

Dus vraag je nou eens niet af of jij bijdraagt aan de revolutie in Egypte met je Twitter account, want wat boeit Egypte jou nou hoogst persoonlijk, behalve dan dat de beelden je, net als hopelijk bij ieder emphatisch mens, door merg en been gaan. (Het grote verschil IS dat je nu met de Egyptenaar in de straat mee kunt leven, ipv de koppen in de krant van morgen te moeten afwachten)

Vraag je dus eens af welke keuzes in je leven anders zouden zijn uitgevallen, welke thema’s of activiteiten je anders niet had opgepakt of je aan had gecommitteerd, zonder de golf van digitalisering die we nu door internet doormaken. Wat had jij gedaan met je leven als het nu 1971 was ipv 2011? Als je dan nog geen verschillen ziet, dan wordt het wellicht inderdaad tijd om je ISP te bellen dat je geen belangstelling meer hebt voor je breedband verbinding omdat het toch allemaal niets ‘echts’ oplevert.

Enkele dingen die er voor mij uitspringen in mijn eigen activiteiten:
zonder internet/mobiel was ik geen ZZP-er geworden, domweg omdat dat dan niet kon (en dat geldt voor het merendeel van de ZZP-ers, inmiddels 60% van alle bedrijven!, in ons land)

ik houd me nu bezig met FabLab (wereldwijd netwerk met als doel industriële productiemiddelen in handen van individuen te brengen), zonder internet had het niet bestaan en was het concept op MIT gestorven.

ik houd me nu bezig met open overheidsdata, zonder internet bestond het hele thema niet, en waren de positieve effecten op sociaal maatschappelijk, economisch en democratisch vlak onmogelijk.

ik ben onderdeel van peer-groups die zonder internet niet hadden bestaan. In 1971 was ik slechts een gesjeesde student geweest, in 2011 is mijn professionele vorming geheel via internet tot stand gekomen.
ik was tientallen oude bekenden uit het oog verloren, evenals dierbare vrienden, omdat ze zijn verhuisd.

ik had niet voor een fractie van het geld in het oosten van het land kunnen wonen en toch in het westen of internationaal kunnen werken. ik had slechts een werkplek of werkomgeving gehad en ging daar dan elke dag heen.

ik was me niet of nauwelijks in detail bewust geweest van globale problemen (energie, klimaat, schaarste aan fosfaat, etc.) en was er dus ook nooit toe gekomen uberhaupt gedragsverandering te overwegen.

ik kan geen enkel land meer als vijand zien, omdat je daarvoor anderen als onmenselijk moet kunnen beschouwen. Dat lukt niet meer, omdat het dood eenvoudig is om in elk land individuele contacten te onderhouden.

ik kan dingen organiseren, events, bijeenkomsten, structuren, die voorheen te veel energie of geld kostten. (Dat geldt ook voor de PVV, LPF en Rita Verdonk bijvoorbeeld: zonder internet was geen van hen groter gegroeid dan Geert, Pim of Rita’s mening zelf, vanwege te hoge logistieke kosten/inspanning. )

ik kan sociale omgevingen zoeken en bouwen ipv het alleen te moeten doen met de mensen die toevallig in mijn geografische nabijheid zijn. Als gevolg daarvan zijn al mijn collega’s mensen van wie ik bewust heb besloten dat ik er mee wil werken. Internet maakt de diep menselijk interactie schaalbaar die eerst aan je direct lokale omgeving gebonden was.

Dat begint allemaal met ‘ik’ uiteraard, verandering begint bij je zelf. Maar het is wel fundamenteler dan alleen maar je afvragen of Facebook een NYC zwerver iets oplevert. Daarvoor moet je eerder kijken naar waarom de zwerver zwerver is, en welke factoren daar een rol speelden.

De zee jongens, niet het schuim op de golven.

Einde zuurpruimerij.

Beantwoord

Marco, als je geen wereldverbeteraar was voor internet, ben je ook geen wereldverbeteraar na internet. Bijv: hoe heb jij de zorg, de armoede en de politiek veranderd in je internetloze leven? Als het je doel is de wereld te verbeteren, gebruik je daar alle instrumenten voor, ook internet. Als je dat doel niet hebt, zal internet die betere wereld niet dichterbij brengen. Dit nav deze zin: “Heb jij door gebruik van nieuwe media een bijdrage geleverd aan de zorg, de armoede of de politieke situatie in Egypte?” Als het jouw doel is de wereld te verbeteren, heb ik daar groot respect voor. Maar als mensen zich inzetten voor zichzelf en hun naasten zonder anderen in de weg te zitten, is daar mijns inziens niets raars aan. Met of zonder internet.

Beantwoord

Goede discussie. Ik merk bij mij persoonlijk ook dat mijn gedrag de laatste jaren wel is veranderd. Ik merk bijvoorbeeld dat vrienden die weinig online zijn en niet Twitteren, minder zie. Dat komt omdat de communicatiemiddelen die ik gebruik verschoven zijn. Een afspraak via MSN, Skype of Twitter maken is makkelijker dan de telefoon oppakken merk ik. Tenminste, in mijn hoofd.

Wel probeer ik vast te houden aan heel veel ‘oude’ dingen. Net als Antoinette lees ik fictie, gewoon op papier, nog helemaal uit. Non fictie luister ik meestal in de auto op CD. Ook neem ik meer genoegen met de verkortingen. Ik merk dat mijn aandachtsspanne echt veel korter is geworden. Met moeite heb ik me door de comments hier geworsteld, het waren er al te veel… Een TED talk van 20 minuten is het maximale dat ik nog aan lijk te kunnen qua lezing, ook offline verveel ik me steeds sneller.

Het positieve is dat er zoveel meer beschikbaar is. Het aantal jongeren dat TED talks kijkt en ziet wat mogelijk is, neemt enorm toe. Talentontwikkeling neemt een vlucht, want iemand die nu de beste in zijn buurt is ziet op Youtube anderen die beter zijn en gaat verder (zie de prachtige TED talk van Chris Anderson daarover).

Ik ben het ook eens met Erwin, als je geen wereldverbeteraar bent, zal je dat met internet niet worden. Als ik kijk wat ik de laatste jaren gedaan heb aan charity, mede via social media (de kleine bijdragen aan de twitter veilingen, mijn recruitment charity event van 3 jaar geleden, etc etc) dan zeg ik: ja, het brengt zeker veel positieve dingen met zich mee, maar als tussengeneratie (daar ben ik het wel mee eens) moeten we onze weg nog zien te vinden. Verliezen we veel? Ja, de boekdrukkunst heeft ook het beroep van Bard om zeep geholpen. Net als de CD en radio de troubadour werkloos heeft gemaakt.

Beantwoord

Hey Marco,
Mooie post, mooie comments.

Mijn $0.02 : helemaal met je eens. Zet aan te nadenken of eigenlijk tot voordenken. Luciano Floridi filosoof van Oxford (komt btw spreken op http://www.tedxmaastricht.com) zegt altijd over de on- en off-line niet meer bestaat : het is onLIFE.
Een van mijn teamleden Francisco ging 6 maanden met “social media sabbatical” om zijn thesis af te kunnen maken en na te kunnen denken over zijn pad.
Het idee van een tocht naar Santiago de Compostela ( http://en.wikipedia.org/wiki/Way_of_St._James ) begint ook meer en meer aantrekkelijk te worden, vooral om de contacten onderweg. Of zoals Wijnand Boon ( http://www.twalkwithme.eu ) doet 6000 miles met alleen twitter en gitaar 😉

Anyhow, zoals je ziet : je post zet aan te denken; mooi die nieuwe media.

@zorg20

Beantwoord

Hi Marco,
Hoewel het intensieve gebruik van het web ook in dit huishouden soms voor de nodige discussie zorgt (er zit te vaak een scherm tussen!) toch ook op deze plaats de quote die mensen vaak een verbaasde blik geeft, degenen die me zien lopen kunnen dat waarschijnlijk bevestigen: sinds het sociale web ben ik meer buiten dan binnen. En dan met name door Twitter en de ontwikkeling van fysieke Hub locaties die zonder veel minder kans hadden gehad. Zolang die balans nog in orde is gaat het me goed en surf ik tussentijds in tegengestelde richting: http://minimalswitch.nl/

Beantwoord

Volgens mij is dit een thema waar we telkens weer naar terug moeten keren. Niet alleen wanneer het internetcontacten betreft, maar ook al die andere dagelijkse snelle contacten met de wereld om ons heen.

Sociale media heeft mijn wereld vergroot. Als Boeddhistisch georiënteerd persoon heb ik me vaak afgezet tegen de ogenschijnlijke haastige momenten van verbinding die op het internet ontstaan. Terwijl ik ondertussen, door een vervelende aandoening die vaak van mij vraagt plat op bed te gaan liggen, juist door het wereld wijde netwerk in contact kan blijven met een groot speelveld van informatie, levendigheid, passie, innovatie en plezier. Een netwerk dat vraagt om investering, een netwerk van geven en nemen, een netwerk dat je in beweging houdt, hoe statig en stil je lijf en de kleine fysieke wereld ook kunnen zijn.

Af en toe ervaar ik online de confrontatie van een wereld waaraan mijn lijf niet altijd mee wil doen, dan doet het netwerk pijn. Mijn volgers, zij die ik volg, ondernemen mijn verlangen, gaan naar de plekken waar ik zo graag wil zijn, spreken met hen die ik zou willen horen spreken. Totdat ik kan voelen dat ik in ieder geval telkens weer met al die mensen meegenomen wordt, daar waar ze staan, communiceren en bewegen. Online zit ik op hun schouder.

De ontmoetingen ‘in levende lijve’ zijn voor mij de slagroom op de taart. De spanning, nieuwsgierigheid of de link met de ander live ook bestaat. Ik heb lef gekregen in de leerschool van het web. Doen! Ga!

Regelmatig ben ik verbaasd over alles wat het me brengt. Omdat ik zomaar, in drie weken tijd, met mijn doorleefde brief over de toekomstige regeling betreffende ‘de onderkant van de arbeidsmarkt’, via het internetlandschap, bij Job Cohen en collegae aan tafel zat. Omdat ik telkens weer mensen ontmoet die staan in de ‘compassie’ voor gezondheidszorg die ik leef (compassionforcare.com), en ik daar mijn bijdrage aan kan leveren.

In de dialoog die hier opgeschreven wordt realiseer ik me dat we zelf in controle zijn over de stroom van informatie waarin we ons mee willen laten voeren. We hebben de keuze om ons te verbreden, of om de diepgang te zoeken. We drukken zelf op de knop om mee te praten of tijdelijk af te haken. Bewust omgaan met sociale media als onderwerp om samen en alleen bij stil te staan. Af en toe afstand nemen en afkoppelen brengt volgens mij die bewustwording. Ik vind het heerlijk hierin zo onafhankelijk te kunnen acteren.

Ik spreek u graag.
Twitter @AnneMiekVroom
http://www.anne-miekvroom.nl

Beantwoord

Het lijkt wel alsof ik met mijn vrouw aan het discussieren ben hier. 🙂
Veel mooie dingen gelezen, maar ik mis nog wel een belangrijk punt. We verwarren het gebruiken van interfaces (media, kanalen, apps, tv’s, beeldschermen) met het gebruiken van/communiceren met de relatie of de data (kennis).
De interfacing is nu nog behoorlijk primitief, zeker als je het bekijkt in het licht van de oerknal 😉
Mede door deze huidige holbewoners-interfacing komen de minder positieve bijverschijnselen aan het licht. De invloed van het beeldscherm op de menselijke fysiologie is schrikbarend. En ook Zynga vaart nog wel bij het aanwenden van verslavende game mechanics voor zogenaamd vertier.
Ik denk dat de tijd veel zal rechtstrijken. Als de toegang tot de relaties en de kennis volwassen is geworden, dan is het pure en constructieve aanwenden ook natuurlijk.

Beantwoord

Profielfoto
Lykle op schreef:

Ha Marco,

Me dunkt dat deze uitgebreide reeks reacties op jouw artikel in ieder geval laat zien dat jij vrienden en connecties hebt die geraakt worden door wat jij deelt, en bereid zijn een duit in het zakje te doen. Naar alle waarschijnlijkheid doen ze dat omdat ze jou kennen of denken te kennen en voldoende betrokkenheid voelen om te reageren. Zou je in een kroeg met net zoveel mensen een net zo uitgebreid gesprek hebben gehad?

Het is niet of/of, maar en/en. Zoals Erwin en Frank onder andere zeggen: het is techniek die we moeten leren toepassen. En die we in balans moeten brengen met al het andere dat we van belang vinden.

Zoals Sanne Roemen laatst schreef over Chronos en Kairos en het balanceren van externe impulsen en eigen creativiteit. Op diezelfde manier dienen we te waken voor het ‘stuk’ maken van wat we van belang vinden. Maar soms moet je eerst even ‘van het pad raken’ voordat je je realiseert wat je ook alweer belangrijk vindt…

Beantwoord

Allereerst een heerlijke discussie om te lezen. Dank daar voor! 🙂
Leuk en aardig om te vertellen wat je wel of niet hebt bereikt met of zonder internet. Wat heb je daar nu aan? Je kan het nooit vergelijken met een omgekeerde situatie.
Die vraag is, volgens mij, hoe? Hoe kan ik de wereld verbeteren? Hoe kan ik (nieuwe) technologien gebruiken om mijzelf, dierbaren en de wereld om mij heen te verbeteren en prachtige dingen voor elkaar te krijgen? Wellicht is internet en social media op dit moment een van de makkelijkste en snelste manieren om die fantastische dingen voor elkaar te krijgen, maar er zijn meer wegen die naar Rome leiden.

Beantwoord

1. Een mens kan van alles ‘produceren’ in zijn leven – bezittingen, kennis, inzicht – maar het enige dat absoluut eindig is is tijd. De tijd die we hebben gekregen is eindig en elke minuut die je nutteloos besteedt is een stukje tijd dat op is, dat je nooit van je leven terug kunt krijgen. Nou wil ik niet beweren dat alle tijd besteed aan internet / social media nutteloos is, maar iedereen weet wel dat er een verslavend effect zit in het consumeren van informatie. Waarschijnlijk kunnen we deze verleiding niet weerstaan, omdat we evolutionair gericht zijn op het verzamelen van informatie – een overlevingsmechanime. Een boeiend / huiveringwekkend artikel met cijfers over de huidige omvang van de information overload staat hier: http://is.gd/f4WZt2

2. De information overload die we nu meemaken is vanaf ca. 1995 versterkt door internet en sinds enkele jaren ‘geboost’ door social media en onze permanente connectedness. De hoeveelheid informatie – of beter gezegd data – waaraan we ons blootstellen, heeft de vorm van de ‘hockeystick’ grafiek, die ook bekend is van global warming en de groei van de wereldbevolking. Volgens Xerox Corporation groeit de hoeveelheid informatie die bedrijven produceren, papier en digitaal gecombineerd, jaarliks met 65%. Iedereen die een beetje heeft opgelet bij wiskunde weet dat dit leidt tot een exponentiële grafiek, en als je wilt weten hoe die er ook alweer uitziet, vul dan 1.65^x in op http://calc.matthen.com, vink ‘plot’ aan en go.
Het is niet erg realistisch om een vergelijking te maken met de boekdrukkunst (information overload in de ME?) zoals hierboven ergens gebeurt. De mate waarin we ons nu blootstellen aan informatie is van een totaal andere omvang en heeft ingrijpende gevolgen voor de manier waarop we informatie verwerken.
Over 2009 werd de schade door productiviteitsverlies ten gevolge van Information Overload voor de Amerikaanse economie beraamd op 800 miljard dollar, wat neerkomt op een gemiddeld productiviteitsverlies per werknemer van 40%.

3. Ons brein en onze zintuigen hebben ingebouwde beschermingsmechanismen tegen een overdaad aan binnenkomende prikkels. Als de capaciteit van ons informatieverwerkende systeem wordt overschreden, gaan we sterker en eerder selecteren, net zoals onze pupillen automatisch vernauwen als er meer licht op valt. E-mail wordt niet meer gelezen, maar wordt gescand op basis van a. afzender en b. subject, en meestal op grond van deze combinatie ongelezen weggegooid of opzij gezet. Het werkgeheugen wordt steeds sneller vrijgemaakt. Informatie die we ’s ochtends heel interessant en belangrijk vinden is ’s middags al vervaagd door alle informatie die daarna is binnengekomen en de volgende dag volledig achter de horizon verdwenen. Ons interne blikveld op ons geheugen wordt kleiner en de kleinere tijd-ruimte die we waarnemen zit voller met meer oppervlakkige items. Dit effect is gemakkelijk te controleren. Probeer je maar eens te herinneren waarover je je vorige week nog heel druk maakte – een item in Pauw en Witteman, die prikkelende blogpost, en kijk hoe ver dat alweer is weggezakt in je geheugen.

4. Doordat we ons continu blootstellen aan een te grote stroom informatie, wordt onze verwerking daarvan oppervlakkiger en wordt ons geheugen niet meer getraind in het opnemen van diepere verbanden. De beweging is verbreding ten koste van verdieping. In combinatie met de kleiner wordende geheugenhorizon, wordt ons geheugen steeds afhankelijker van technische hulpmiddelen. Dit effect is onlangs in een aflevering van Tegenlicht behandeld, herinner ik mij (nog net ;-). Het gevolg is dat we niet meer kunnen overleven zonder techniek, en deze afhankelijkheid zal de komende generatie – die van onze kinderen – een hockeystick-vormige ontwikkeling doormaken. De voorspellingen die Ray Kurzweil maakt in zijn boek The age of spiritual machines, waarin machines intelligenter worden dan de mens en de macht overnemen, worden steeds realistischer.

Beantwoord

Profielfoto
Pepita op schreef:

Ik zou zeggen lees: Corrosion of Character van Richard Sennett en trek dan je eigen conclusie.

Beantwoord

Beantwoord

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.

Marco Derksen is onderdeel van

Laatste blogs

Bekijk alle blogs (1262)
Contact