Komende woensdag mag ik namens IQNOMY een ronde tafeldiscussie leiden over de toekomst van het internet. Maar waar begin je als je wilt discussieren over de toekomst van het internet? Juist, bij het verleden. Ik heb daarom dit weekend nogmaals de BBC-documentaire over de virtuele revolutie bekeken. Niet alleen een prachtige documentaire dat inzicht geeft in de impact van de digitale revolutie op ons leven. Het laat ook zien dat het internet primair niet gaat om technologie of business, het gaat om mensen. Het gaat om het verbinden van mensen zodat ze in staat zijn om informatie te delen. Jay Rosen (Pressthink) weet dat prachtig te verwoorden in bovenstaande video (opgenomen tijdens een paneldiscussie van Carnegie Council in april 2008).
Naast Jay Rosen zijn het goeroe’s als Jonathan Zittrain (auteur van het in 2008 verschenen boek The Future of the Internet, and how to stop it), Nova Spivack (die in 2007 een trendgrafiek schetste van de evolutie van het web), Kevin Kelly (die in 2007 een voorspelling gaf van de volgende 5000 dagen van het web) en Clay Shirky (auteur van het in 2008 gepubliceerde boek Here Comes Everybody: The Power of Organizing Without Organizations) die in meer of mindere mate onze huidige visie op de toekomst van het internet bepalen.

Opmerkelijk is dat al deze publicaties al enkele jaren oud zijn. Betekent dat er geen nieuwe publicaties zijn over de toekomst van het internet? In tegendeel, met enige regelmaat komt er een publicatie voorbij waarbij voorspellingen worden gedaan over de toekomst van het internet. Vaak zijn deze voorspellingen echter gebaseerd op het werk van eerder genoemde goeroe’s. De meest recente (en lezenswaardige) publicaties zijn die van Tim O’Reilly (bedenker van de term Web 2.0 en auteur van The State of the Internet Operating System) en Chris Anderson (die samen met Michael Wolff het artikel The Web Is Dead. Long Live the Internet publiceerde). Daarnaast publiceren onderzoekbureaus zoals Forrester, Gartner en Morgan Stanley regelmatig voorspellingen over de toekomst van het internet. De onderzoeksanalisten richten zich daarbij vooral op technologische of zakelijke ontwikkelingen.
Terug naar de vraag over hoe de toekomst van het internet. Als het internet niet gaat om technologie of business maar om mensen, wat zijn dan de belangrijkste ontwikkelingen voor de komende jaren? Hieronder een aantal stellingen die ik komende woensdag wil voorleggen tijdens de ronde tafeldiscussie.
Stelling 1: The internet will be customer centric
“I want a website that sees the world through my eyes, one that understands my needs. I want to instantly recognize how to navigate instead of having to guess. Give me a web site that walks me through my own agenda and I’ll know exactly which button to click.” – Jim Sterne
Mijn inziens is de belangrijkste ontwikkeling de verschuiving van de regie van instituten naar de regie bij het individu. Dit geldt op organisatieniveau, maar zeker ook op het niveau van mediagebruik. Het internet bestaat nu twintig jaar en in al die jaren is het web niet of nauwelijks veranderd. Instituten publiceren een website en individuen krijgen via een browser toegang tot deze website. In voorkomende gevallen kan het individu zelf content toevoegen, maar in essentie behoudt het instituut de regie over de vorm en inhoud. Ondanks de enorme hype rondom one-to-one marketing eind jaren negentig en ondanks pogingen van o.a. Yahoo! (met MyYahoo!) om websites te personaliseren, waren de technologische drempels blijkbaar te hoog om het succesvol uit te rollen. En met succesvol bedoel ik in dit geval de volledige omarming door zowel instituten als individuen. Ook recentelijk met de opkomst van iGoogle en Netvibes (om er maar een paar te noemen), heeft het gebruik van websites die volledig zijn te personaliseren nog geen kritische massa bereikt. Mijn inziens is door technologische ontwikkelingen de weg nu vrij voor volledig gepersonaliseerde ‘websites’ waarbij niet het instituut maar het individu de regie in handen heeft. Enerzijds omdat de userinterfaces gebruikersvriendelijker zijn geworden. Anderzijds omdat de rekenkracht zodanig is toegenomen dat het nu mogelijk is om in real-time profielanalyses te maken van de gebruiker waardoor op basis van gedrag en voorkeuren ‘websites’ worden samengesteld.
Stelling 2: Internet becomes The Internet of Things
Uitgaande dat websites in toenemende mate worden samengesteld op basis van real-time profielanalyses en persoonlijke voorkeuren, komen we op het gebied wat we ook wel behavioral targeting noemen. Behavioral targeting geldt al jaren als ‘the next big thing’ binnen de internetwereld en wordt vooral in de advertentiemarkt gezien als de heilige graal. Behavioral targeting is letterlijk het focussen op gebruikers op basis van hun gedrag. Op internet is dat hun online gedrag oftewel de pagina’s die ze bezoeken op je website, de content die ze lezen, de zoektermen die ze intikken en/of de surfpatronen die ze aan de dag leggen. Het kernwoord is relevantie en in het geval van advertising de relevantie van de geserveerde advertenties voor de bezoeker. Door die grotere relevantie moet vanzelf ook een grotere impact van de advertenties mogelijk worden.
Maar behavioral targeting is niet alleen interessant voor de advertentiemarkt. Sterker nog, persoonlijk denk ik dat behavioral targeting vooral interessant is om de inhoud van ‘websites’ nog beter af te stemmen op mijn persoonlijke behoeften. We spreken in dat geval ook wel van onsite behavioral targeting. Oorspronkelijk werd deze vorm van targeting gevoed door data afkomstig uit persoonlijke instellingen, antwoorden op vragenlijsten en doelgroepanalyses. Door technologische ontwikkelingen en het feit dat we steeds meer over onszelf vrijgeven op het internet (o.a. via sociale netwerken), is targeting in toenemende mate mogelijk op basis van onze digital footprint en social graph.
Het is de verwachting dat we steeds meer sensoren krijgen die automatisch ons digital footprint en social graph verrijken. Die sensoren op basis van gedrag en locatie zullen steeds meer geintegreerd zijn in de apparatuur die we gebruiken en steeds meer gekoppeld zijn aan de sociale netwerken waarin we aktief zijn (zie ook 5 trends that will shape the next few years of social media). Mensen, apparatuur en processen zullen daarmee via internet samenkomen tot wat we ook wel noemen ‘The Internet of Things’:
Video featuring, from IBM: Mike Wing, Andy Stanford-Clark and John Tolva (Bron: A Smarter Planet)
Stelling 3: The Web Is Dead. Long Live the Internet
In ‘Internet of Things’ zien we dat steeds meer apparaten gekoppeld zijn aan het internet. Het begon met de computer maar inmiddels is het heel gewoon dat ook mobiele telefoons, spelcomputers en tv-toestellen een koppeling hebben met het internet en als we straks van internetprotocol IPv4 naar IPv6 gaan, dan is de verwachting dat vele apparaten volgen. Nu al zien we weegschalen, koelkasten en koffie-apparaten met een (mobiele) internetverbinding. Toegang tot het internet op deze apparaten verloopt in de meeste gevallen via speciale applicaties (of apps). Ook op computers en mobiele telefoons verloopt de internetverbinding steeds meer via apps en minder via websites die we via een browser oproepen.
Deze trend heeft een aantal belangrijke consequenties voor de toekomst van het internet. Met de opkomst van apps lijkt het open karakter van het internet te verdwijnen. Apps zijn immers vaak gesloten en alleen bedoeld voor een specifieke toepassing. Het gesloten karakter heeft vervolgens niet alleen consequenties voor de vindbaarheid (Google indexeert op dit moment nog geen apps), het gesloten en daarmee vaak unieke karakter van apps heeft er blijkbaar ook toe geleid dat gebruikers bereid zijn om een klein bedrag te betalen voor een app. Dit in tegenstelling tot toegang op het web waar we al bijna twintig jaar gewend zijn om alles gratis te krijgen. Vooral dit economische aspect zal een stimulans zijn voor bedrijven om zich steeds meer te richten op apps in plaats van op websites voor het web. De vraag is of de gebruiker dit ook accepteert.
In grote lijnen is dit ook de strekking van het eerder genoemde artikel van Chris Anderson en Michael Wolff in Wired Magazine: The Web Is Dead. Long Live the Internet (zie ook NRC.next).

Proportion of total internet traffic (Sources: Cisco estimates based on CAIDA publications, Andrew Odlyzko)
Stelling 4: If the future is digital, the guy with the most data wins
Het toenemend gebruik van apparatuur gekoppeld aan het internet leidt tot een enorme stroom aan data (denk daarbij aan de eerder genoemde digital footprint en social graphs). De grootste uitdaging voor organisaties is hoe die data real-time te verwerken tot bruikbare informatie. Organisaties zullen moeten voldoen aan de wensen en toenemende eisen van de gebruiker. Enerzijds omdat de gebruiker onafhankelijk van het kanaal dat hij kiest, een gepast aanbod verwacht. Anderzijds omdat een betere gebruikservaring naar verwachting ook een beter resultaat oplevert voor de organisatie (merkbeleving, conversie). Deze ontwikkeling heeft een enorme impact op de markt voor databeheer (denk daarbij aan cloud computing), content management en business intelligence. Door een toenemende consolidatie en integratie van technologische oplossingen op dit gebied (zie o.a. de overname van Netezza door IBM voor het bedrag van 1,7 miljard dollar), is het de grote vraag wie straks ‘eigenaar’ is van al die data. Google, Facebook of toch Microsoft?

Shopping API’s will transform how ecommerce is used across touchpoints
Stelling 5: With transparency and choice, privacy is no issue on the Internet
Daarmee zijn we aangekomen op wat wel eens het belangrijkste aandachtspunt is op de agenda voor de toekomst van het internet en dat is online identiteit en privacy, oftewel de bescherming van persoonsgegevens. Veel gebruikers hebben (nog) geen idee welke persoonlijke gegevens er allemaal bekend zijn bij bedrijven als Google, Facebook en Microsoft. En het is niet onwaarschijnlijk dat juist die onwetendheid de grootste zorg is bij gebruikers en helaas spelen media en politiek daar maar al te graag op in.
Van Google is al jaren bekend dat ze gebruikersdata verzamelen om diensten te ontwikkelen en verbeteren. Begin dit jaar ontdekte een Duitse databeschermingsautoriteit dat de auto’s die straten in beeld brengen voor Google Streetview niet alleen straatopnames maken maar ook draadloze netwerken oppikken en de gegevens daarvan vastleggen. Ook Facebook krijgt regelmatig kritiek op haar privacybeleid. Gebruikers vonden en vinden de instellingen te ingewikkeld en te soepel. Inmiddels heeft Facebook wel een aantal veranderingen doorgevoerd maar blijft het profiel standaard openbaar voor derden. Gebruikers moeten er bewust voor kiezen het profiel achter slot en grendel te plaatsen.
Wereldwijd, maar zeker ook in Europa wordt op dit moment op verschillende niveau’s gediscussieerd over het privacybeleid (zie o.a. Wijziging Telecomwet inzake gebruik Cookies). De discussie gaat vooral over de vraag of gebruikers standaard moeten worden beschermd en zelf moeten kunnen aangeven of hun persoonsgegevens kunnen worden gebruikt (opt-in) of dat persoonsgegevens standaard openbaar zijn en dat gebruikers zelf moet aangeven dat deze gegevens niet mogen worden gebruikt (opt-out). Interessant in dit verband zijn de resultaten uit een onderzoek dat het Future of Privacy Forum vorig jaar heeft uitgevoerd onder ruim 2,600 Amerikaanse volwassenen. Daaruit blijkt dat als organisaties transparant zijn over het gebruik van persoonsgegevens en de gebruiker zelf de keuze geeft of hij het daar mee eens is, de meerderheid geen problemen heeft met het gebruik van de gegevens. Dat is ook de boodschap die Tim O’Reilly en Jules Polonetsky brachten tijdens het recente Gov 2.0 Summit 2010: “Wees transparant, laat de keuze bij gebruikers en overtuig de gebruiker van de meerwaarde en privacy hoeft dan helemaal geen issue te zijn.”
Tim O’Reilly: “Deep Dive: Identity, Privacy, and Informed Consent in the Age of the Internet” at Gov 2.0 Summit 2010
Jules Polonetsky: “The Future of Privacy” at Gov 2.0 Summit 2010
Final: The Singularity of Ray Kurzweil
Voor de ronde tafeldiscussie zijn uitgenodigd (in willekeurige volgorde): Erwin Blom, Geert-Jan Smits (Jungle Minds), Rene Jansen (Winkwaves), Yme Bosma (Hyves), Yuri van Geest (THNK), Erwin Sigterman (Frankwatching), Iskander Smit (Info.nl) en Ruben Timmerman (Eduhub). Zelf zal ik de discussie (proberen) te leiden.
Is er wellicht nog eens stream, of wordt er op andere wijze nog verslag gedaan? Het is wel interessante materie in ieder geval. Succes en plezier!
@Edwin De discussie wordt op video vastgelegd die we daarna ook zullen delen. Daarnaast wordt er ook over geblogd.
Persoonlijk geloof ik in ieder geval dat door het steeds groter wordende internet, uiteindelijk komt het straks overal zoals in je koelkast, kleding, auto, voedsel, de noodzaak voor mensen steeds groter wordt dat de informatie af is gestemd op het individu en waarbij het individu in controle is. Daarom hebben we ook IQNOMY’s Liquid Internet ontwikkeld :) Het helpt organisaties hun websitebezoekers (in welke vorm dan ook, mobile, op facebook etc) een persoonlijke en relevante ervaring te bieden waarbij het individu uiteindelijk zelf aan de touwtjes kan trekken. Echter door grote hoeveelheid informatie is er technologie nodig om het individu hierbij te helpen. Ik ben van mening dat het dus een combinatie van het individu en technologie is.
@Edwin: zoals Rob al aangeeft zal de discissie worden vastgelegd op video en proberen we die die na afloop zo snel mogelijk te delen. Mocht je overigens nog punten hebben die we mee moeten nemen in de discussie dan hoor ik het graag!
Ik verwacht trouwens dat de stap erna zal zijn dat iedereen zijn eigen superprofiel gaat beheren, vanuit bijvoorbeeld Facebook of een opvolger daarvan. (als een soort plugin)
Binnen dit superprofiel worden de interesses en voorkeuren, denk hierbij gewenste vorm van content, taalvoorkeur, wel of geen advertenties enzovoort, van en door de individu beheerd. De individu wordt hierbij ondersteund door slimme technologieën.
Websites, in welke vorm dan ook, van organisaties zullen zich conformeren aan deze superprofielen en de achterliggende technologieën via bijvoorbeeld OpenID. Indien organisaties zich niet conformeren is de kans erg groot dat ze niet zullen overleven. Uiteindelijk ligt de macht toch bij de consument.
Wat opvalt is de samenstelling van de discussiegroep. Vrouwen doen de meeste aankopen op het Internet, zijn in ieder geval een belangrijk doelgroep en toch is geen vrouw uitgenodigd om deel te nemen aan deze verkenning over ook haar toekomst.
Dank voor de reactie. Van een aspect ben ik niet zeker of jullie het zullen behandelen. Het gaat inderdaad om de mensen. Als je nu echter kijkt naar het recente SCP-rapport (http://www.edwinmijnsbergen.nl/2010/09/alle-kanalen-staan-open-scp-brengt-het.html) zie je dat de groep volgers (en achterblijvers) enorm groot is. In de bibliotheeksector merkten we dat ook wel: duizenden bibliothecarissen volgden de cursus 23 dingen (kennismaken met het nieuwe web) maar velen van hen blijven in praktijk toch moeite houden met het enorme aanbod, de informatieovervloed, enz. Dat het dan allemaal steeds gepersonaliseerder wordt etc is prachtig, maar ik voorzie toch nog (stelling 5?) veel achterstand en onbegrip in dezen. De kans is groot dat veel mensen zich verder terug zullen trekken in afgebakende, overzichtelijke netwerken. De grote vraag is hoe je die mensen echt actief krijgt en kan laten participeren. Wat is daar nu precies voor nodig? Waar wordt mediawijsheid leuk?
@Gerry: terechte opmerking, is wel over nagedacht maar ik heb eerlijk gezegd niemand kunnen vinden die ik zie als innovator of early adoptor; heb jij suggesties? Daarnaast is het overigens wel zo dat het bij de toekomst van internet juist niet gaat om ecommerce (zie ook mijn eerste deel van het artikel). Het internet gaat niet om technologie of business, het gaat om mensen!
@Edwin: goed punt, de adoptie van nieuwe ontwikkelingen; zal proberen deze in stelling 5 mee te nemen!
Stelling 2 is toch allang achterhaalt? Net zo goed als dat het Internet van de toekomst niet “het semantische Web” is. Het is een combi: Internet of Things, Internet of Content (incl context en semantiek) en Internet of Users (= web 2.0 maar gaat echt niet weg).
En achterhaalt moet dus met een d. Sorry.
Ik vind stelling 2 nog niet achterhaald en uitgekauwd. In the Internet of Things zie ik content en users ook als things… deze verhalen verschijnen in verschillende contexten. het gaat over de mashups en de combinaties die daar uit voort komen. De toekomst is best interessant.
Mijns inziens hebben we het straks niet meer over “het internet”, maar over dat je (connected/online/plugged/etc.) verbonden bent of niet (unplugged). En dat is tevens een keuze die je zelf kunt maken. Internet is straks alom aanwezig en niet alleen zoals we het nu ervaren via een beeldscherm van je PC, laptop, mobieltje, etc. Het is een commodity waar niemand zich meer druk over maakt. Bovendien zal alles naast elkaar blijven bestaan, websites, apps, augmented reality, virtuele werelden, etc. Ik denk niet dat de website zal verdwijnen voor bijvoorbeeld apps. Een discussie die nu actueel is. Kijk naar oude media, daar doet de radio het nog steeds goed ondanks de komst van de televisie.
Plugged en/of unplugged daar gaat het straks om.
@marco Het gaat misschien wel om mensen, maar dan toch meer specifiek over de mate van acceptatie & adoptie van technologie en de bronnen van macht, invloed en nieuwe ideeën. Zie de Edingburgh Scenarios for E-Learning (PDF ALLERT). Is een model uit 2004 en gaat over de toekomst van E-learning, maar het geeft een fantastisch framework om een elke discussie over de toekomst van internet te structureren. Zowel generiek als op bedrijfnivo (waar moeten we ons op inrichten). Eerdere reacties op deze post gaan al over de adoptie en acceptatie van technologie. Eens zien of ook de bronnen van macht en invloed nog ergens terugkomen in de discussies.
‘The web is people’
‘Everything is social’
Deze twee komen steeds dichter bij elkaar. Door de eindeloze mogelijkheden en schaalbaarheid (zit hier nog wel een restrictie aan tegenwoordig?) als het gaat om verbindingen die je kunt bouwen via het internet. Het www groeit ook niet zo snel meer, relatief gezien tov andere dragers van content. Dat is ook de boodschap van Chris Anderson. Dood is het niet, maar het internet zorgt wel voor een toename van andere platformen waarvan het web wat nu een door de massa geaccepteerd platform is geworden. De Internet of Things gaat er ook zeker aankomen; de mobiele telefonie is hier een bewezen voorbeeld van. Onze eerste mobiele telefoons waren nog niet gekoppeld aan het internet. What if als onze auto’s nu allemaal aan het internet waren gekoppeld inclusief alle wegen?
Maar wat ik ook zeer belangrijk vind is dat we ons bewust moeten worden hoe waardevol al onze digitale footprints kunnen zijn, niet alleen voor de eCommerce…maar ook voor andere persoonlijke doeleinden. Deze waardes zouden we zelf moeten bepalen. Dergelijke vragen houden mij momenteel bezig nav Social3.0 (http://www.thewebandbeyond.nl/2010/website/programme/social-3-0/).
maakt deze discussiesessie nu deel uit van Picnic? Of kan ik zonder een Picnic kaartje deze sessie bijwonen?
@Sebastian: goed punt en je geeft me meteen het haakje naar de volgende stelling; thx!
@Marijn: het betreft een besloten bijeenkomst; uitkomsten delen we wel via het web!
Aardige stellingen. Ben zelf bezig met een artikel waarin ik de afgelopen 3 decennia en de komende toelicht. Hierbij de primeur:
* information decade (1981 - 1990)
- Nederland kiest fundamenteel om zich te ontwikkelen tot een logistiek en kennisland;
* digital decade (1991 - 2000)
- met uitingsvormen als dotcom, opkomst breedband en de milleniumbug
* social decade (2001 - 2010)
- met de ontwikkeling van web2.0, personalisatie, internet of things en ‘het nieuwe werken’;
* gaming decade (2011 e.v.)
- met meer aandacht voor serious gaming, de ‘spelelementen’ als nieuwe laag bovenop informatie en conversatie. Doorontwikkeling van internetsites tot internetapplicaties
Rijtje is nog niet compleet, sta open voor suggesties!
@Tom: interessant rijtje; vraag me alleen of (zie ook eerdere reacties) of je in de komende jaren nog kunt spreken van het internet. Wat is het internet eigenlijk?
heb alweer iets meer in eigen blog geplaatst http://www.provenpartners.nl/vier-decennia-internet-op-een-rij. Daarin stel ik o.a. “In het komende decennium komt meer aandacht voor serious gaming, waarbij ‘spelelementen‘ als nieuwe laag bovenop informatie en conversatie worden gebouwd. Bovendien verdwijnen internetsites. Of eigenlijk ontwikkelen ze door tot internetapplicaties.”
Dus het internet is en blijft niets anders dan de infrastructuur waarover informatie gedeeld wordt. De verandering zit in de uitingsvormen. Vroeger waren dat gopher, bbs en weet ik veel wat. Tegenwoordig denken we vooral aan de browser en email, maar de mobile apps nemen toe, en straks… Tja, da’s nog een goede vraag :)
@Tom mensen als @milkshake zijn druk bezig met de introductie van IPv6 en dan staat niets meer in de weg om alles (maar dan ook echt alles) te koppelen aan het internet. Nu zijn dat al de computer, mobiele telefoon, gamedevice, radio- en tv maar denk ook aan weegschalen, thermometers, auto’s, etc. Het game-element is absoluut een belangrijke ontwikkeling; zie in dat kader ook Jesse Schell’s Design Outside the Box.
Volgens mij gaat het nog een stapje verder - tot we bijna Kurzweil’s Singularity-status bereiken. We zijn dan één met de technologie. En vergeet het 3d aspect van AR ook niet. #interessantetijden
Publicatie van PEW eerder dit jaar op Marketingfacts: Pew: The Future of the internet 2020
Bij een aantal grote bedrijven waaronder een mobile provider gaat er men er van uit dat binnen een paar jaar hun website niet meer bestaat.
In plaats daarvan verwacht men dat ze op allerlei plaatsen, denk aan Facebook, hyves en Twitter gericht content aan (potentiële) klanten moeten bieden. De uitdaging zit er dan natuurlijk in hoe je deze gericht en persoonlijk maakt en houdt.
En zoals Tom hierboven al heeft aangegeven: Het internet is en blijft niets anders dan de infrastructuur waarover informatie gedeeld wordt.
In 2008 hadden we in Second Sight een goed artikel over Singularity, ‘Meer technologie vraagt om minder ratio’ http://www.secondsight.nl/page/10184/nl
The future of mobile is not the phone.
The future of television doesn’t have much to do with a TV.
The future of advertising has nothing to do with static ads.
The future of the internet will be an unfolding marketing eco system; a real-time river of hypertargetted branded content and affiliate deals, a pervasive net of behavior-steering game dynamics that will reshape our world (of outdated assumptions).
(http://www.youtube.com/watch?v=XQu41MVIC9g)
(http://blogs.hbr.org/cs/2010/09/welcome_to_the_decade_of_games.html)
Succes morgen. Met de voorbereiding zit het wel goed. Ben erg benieuwd naar het verloop van de rondetafeldiscussie. Vriendelijke groet, David de Boer
Dat IPv6 schiet toch niet zo op allemaal? Of wordt de dreiging van IPv4 router failures nu wel serieus genomen?
Om een duitje in de zak te doen: het zou een interessante en gewaagde insteek zijn om in de discussies de insteek te volgen dat de singulariy in feite achter ons ligt en dat we nu de herinnering aan de wordingsgeschiedenis aan het reconstrueren zijn.
Interessante benadering; terug naar de basis en van daaruit verder / geloof daar ook zeker in @stephanverveen
@andrea ;-)
discussie eerder op Twitter over dit onderwerp:
http://keepstream.com/marketingfacts/futureinternet
verslag (met video) van ronde tafelsessie volgt snel; maar kan nu al vertellen dat het een erg leuke en interessante discussie is geworden!
In 2025 telt de internetpopulatie wereldwijd vijf miljard gebruikers. Dat is goed voor een marktwaarde van drie biljard dollar. Tijd voor voorbereidingen. Dit blijkt uit het rapport The Evolving Internet: Driving Forces, Uncertainties, and Four Scenarios to 2025 (pdf) van Cisco Systems en het Global Business Network van de Monitor Group. De studie buigt zich over de evolutie van het explosieve internetgebruik over de komende vijftien jaar. De onderzoekers vormen vier scenario’s rond de investeringen in infrastructuur en de reactie van de consument op de nieuwe prijsmodellen en technologieën.
Inmiddels staat uitwerking van de eerste stelling online:
De toekomst van internet (1): de gebruiker heeft de regie!
The Internet in 2020:
http://www.intac.net/the-internet-in-2020/
Internet is gewoon een grote database die door middel van interfaces kan worden bediend en benaderd. Die schermen en interfaces zijn computers, iPads, Pods. Phones, PlayStation 3, Xbox, afstandsbediening van TV’s en op een lager niveau Apps, Programs (Facebook), Games, Browsers etc.
Mijn visie hierop kun je hier lezen vanaf slide 16.
http://www.slideshare.net/BartHufen/brand-new-game-digital-interactive-branding-3096585